Kinderen zijn gemaakt om te bewegen. Wiebelend op hun stoel leren ze optellen en aftrekken en bij het horen van de pauzebel rennen ze in no-time naar het schoolplein om daarna weer stuiterend het klaslokaal binnen te komen. Toch brengen kinderen de schooldag vooral zittend door. Kinderen tussen de 4 en 11 jaar zitten gemiddeld 7 uur en 12 minuten (!) per dag. De gevolgen van het vele zitten merk jij als geen ander in de klas. Kinderen worden onrustig en wiebelen op hun stoel. Ze zijn minder geconcentreerd, hebben verminderde aandacht en schoolprestaties lijden hieronder. Dat moet anders, maar hoe? Bewegend leren is het antwoord.
‘Bewegend leren zijn bewegingsactiviteiten die als doel hebben om de leerinhoud op een bewegende en speelse manier aan te reiken. Het gaat dus letterlijk om leren terwijl je beweegt, vanuit de veronderstelling dat bewegen het leren bevordert.’
Leren en bewegen lijkt op het eerste oog niets met elkaar te maken te hebben. Toch is het tegendeel waar. Dankzij neurologisch onderzoek weten we dat leren en bewegen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om dit beter te begrijpen maken we een uitstapje naar het brein.
Het brein van een volgroeid persoon bestaat uit meer dan honderd miljard zenuwcellen en coördineert en optimaliseert daarmee alle functies in je lijf. En dat geldt ook voor het leren. Je brein bepaalt hoe je informatie verwerkt, oplossingen bedenkt voor een probleem, hoe goed je je kan concentreren en hoe je omgaat met je klasgenoten. Ja, het menselijk brein heeft de touwtjes strak in handen.
Wie in beweging komt, activeert allerlei processen in het brein die het leerproces ondersteunen. Zo stimuleert beweging een goede doorbloeding en ontstaan er chemische veranderingen in de hersenen zoals de toename van dopamine, adrenaline en endorfines. Deze stoffen dragen bij aan het verhogen van aandacht en daarmee ook de taakgerichtheid van kinderen. Beweging zorgt ook voor de aanmaak van nieuwe hersencellen en verbindingen tussen de hersencellen worden sterker. Al deze veranderingen kunnen bijdragen aan het verbeteren van cognitieve prestaties. Gaat er al een lampje branden? Wil je de leervermogens van kinderen optimaal aanspreken, zorg dan voor meer beweging! Maar, hoe doe je dit? Er zijn 3 manieren om bewegend leren toe te passen:
Bij bewegen tijdens het leren voeren de kinderen een beweging uit die niet gekoppeld is aan wat zij op dat moment leren. De beweging heeft in dit geval een puur fysiek en motorisch effect, maar is geen onderdeel van het leerproces.
Je kunt kinderen ook voor of na (tussen) het leren laten bewegen. Dit kan met zogenaamde energizers en beweegbreaks: korte en actieve/beweeglijke pauzes die tussen het lesprogramma door worden aangeboden.
De meest effectieve vorm van bewegend leren, waarbij educatieve elementen samen met beweging worden aangeboden. Kinderen komen dus in beweging tijdens de lesactiviteit en de bewegingen zijn gekoppeld aan de lesstof.
De druk op het onderwijs neemt met het toenemende tekort aan leerkrachten toe en klassen raken steeds voller. Dit voel jij iedere dag. Toch begrijp je dat minder zitten en meer bewegen belangrijk is voor de gezondheid van kinderen enerzijds en anderzijds ook iets kan opleveren voor de leerprestaties. Je wilt er dus mee aan de slag, maar hoe doe je dat? Je komt al iedere dag tijd en handen te kort om je overvolle lesprogramma te volgen. Springlab schiet te hulp!
Springlab is gespecialiseerd in het bewegend leren van kinderen tussen de 0 en 13 jaar. Met digitale spellen maken we handig gebruik van de aantrekkingskracht van technologie en bieden we zo een vernieuwende manier van bewegend leren voor de kinderopvang en het primair onderwijs. Dankzij de inzet van gamification is er een hoge betrokkenheid bij de lesstof. En vanzelfsprekend sluiten alle spellen aan bij de SLO en VVE ontwikkel- en leerdoelen.